Excursies 2015

7 juli 2015 - Inktzwammen in de paardenstal

stromesthazenpootje (l) en witte mestinktzwam (r)(©Bregtje Miedema)
Het stromesthazepootje (Coprinopsis macrocephala) en witte mestinktzwam (Coprinopsis nivea)
(©Bregtje Miedema)

 

In een paardenstal zijn de omstandigheden (lees: temperaturen) min of meer gecontroleerd en gematigd. Een paddenstoel die in de afgelopen periode boven de grond durfde te komen, was door de hitte vaak binnen een korte periode weer verschrompeld. Een heel verschil met de paardenstal waar al het hele voorjaar verschillende soorten inktzwammen en geringde vlekplaten (Panaeolus semiovatus) welig tierden. Een goede reden om een werkgroepavond in de paardenstal te houden.

Het doel van de werkgroepavond was met name het determineren van inktzwammen. Inktzwammen vormen een lastige groep. Zoals de naam al aangeeft, verinkten deze paddenstoelen, en in veel gevallen ook vrij snel. Een belangrijk determinatiekenmerk is het velum op de hoed, maar het velum is vaak vluchtig, en als men inktzwammen over grote afstand vervoert, is het velum in veel gevallen al verdwenen. Hier was de gelegenheid om vers materiaal te determineren.

Op mest en stro komen vele soorten inktzwammen voor. In de paardenstal bleken drie soorten te groeien:

Kort samengevat, stro en mest in een paardenstal bieden een mooie kijk in de wondere wereld van de inktzwammen.

28 juni 2015 - Leeuwarder bos (Leeuwarden)

In het kader van de soortendag die jaarlijks in de zomer door het Natuurmuseum Fryslân wordt georganiseerd, gingen vier leden van de Paddenstoelen Werkgroep Friesland naar het Leeuwarder Bos voor een korte inventarisatie-excursie. Ondanks regenval in de voorafgaande dagen waren de verwachtingen niet hoog gespannen. Door de lang aanhoudende droogte wilde het in Friesland met de voorjaars- en zomerpaddenstoelen nauwelijks op gang komen.

Het aangeplante bos staat op kleiïg-lemige grond en wordt doorsneden door schelpenpaden, op zich een ideale voedingsbodem voor een eigen paddenstoelenflora. De grond was nog zeer vochtig, en dat was ongetwijfeld de reden dat een eerste duik in het bos al een vijftal soorten opleverde. En zo waar, direct al een zeer bijzondere.

voddenbekerzwam(©Sjoerd Greydanus)
De voddenbekerzwam (Peziza ampliata) op een rommelig hoekje in het Leeuwarder Bos
(©Sjoerd Greydanus)

Langs een stronk, duidelijk op houtsnippers en -schaafsel stond een mooi groepje gelig-bruine bekerzwammen te pronken. Een naam kon niet direct worden gegeven, bekerzwammen zijn een lastige groep en moeten in het algemeen microscopisch gedetermineerd worden, en dan is het altijd nog spannend, of de determinatie lukt, omdat de vruchtlichamen de juiste rijpheid moeten hebben. In dit geval bleek de determinatie niet lastig te zijn: bekerzwammen op hout, met gladde sporen, een vruchtlichaam dat niet met inelkaar gevlochten hyfen is opgebouwd, leverde al snel de naam voddenbekerzwam op. De voddenbekerzwam (Peziza ampliata) is een soort die in Friesland slechts een vijftal keren is gemeld. Sowieso was het de eerste melding voor het Leeuwarder Bos, dus een goed begin van deze soortendag-excursie.

In hetzelfde gedeelte werden ondermeer nog de dwerghertezwam (Pluteus nanus), de oranje dwergmycena (Mycena acicularis) en het gekarteld leemkelkje (Tarzetta catinus) gevonden. De beide laatste soorten waren hier ook nog niet gemeld.

Omdat de grote paddenstoelen nog niet overdadig aanwezig zijn, kan er in een voorjaarsexcursie ook aan het kleine spul aandacht besteed worden. Op plantenstengels zijn een grote verscheidenheid aan kleine soorten te vinden. Het bestuderen van dode plantenstengels met een loepje leverde onder andere op: het brandnetelklokje (Calyptella capula), het gewoon geleikelkje (Crocicreas cyathoideum) en de viltige mollisia (Mollisia clavata). Ook de laatste twee waren nog niet eerder in het Leeuwarder bos gemeld.

Uiteindelijk bleef na een rustige wandeling van twee uur de teller op 27 soorten staan, een zeer goede score in het voorjaar. Tien hiervan zijn nieuw voor het Leeuwarder Bos. Hoe het ook zij, het Leeuwarder Bos is een plek om in de gaten te houden, het moet zondermeer een veelvoud van de 86 soorten die nu door de werkgroep zijn geregistreerd, op kunnen leveren.

16 mei 2015 - Lauwersmeergebied

nonnenkapkluifzwam(©Sjoerd Greydanus)
De nonnenkapkluifzwam (Helvella spadicea) werd op verschillende plekken gevonden
(©Sjoerd Greydanus)

De voorjaarsexcursie van de Paddenstoelen Werkgroep Friesland in 2015 werd in het Lauwersmeergebied gehouden. Het Lauwersmeergebied is bekend om zijn vele soorten kluifzwammen, reden genoeg om de Friese grens over te steken en in Groningen op zoek naar paddenstoelen te gaan.

Door de vrij lange droge omstandigheden leken de voorjaarspaddenstoelen nog niet echt goed op gang gekomen te zijn. Ook het eerste grasveld dat bezocht werd, omdat in goede jaren daar grote aantal kluifzwammen gevonden werden, zag er uitgedroogd uit en voelde hard aan. Afgezien van twee exemplaren van de loodgrijze bovist (Bovista plumbea) was er verder niets te vinden.

Na vijf minuten besloot de groep van negen personen daarom naar de Marnewaard door te rijden. De Marnewaard is een goede vindplaats voor de nonnenkapkluifzwam (Helvella spadicea), en ook dit keer maakte de Marnewaard zijn faam waard. Direct aan het begin stonden enkele exemplaren. Verder leverde een wandeling weinig op. Pas in een gedeelte van het bos dat enigszins vochtiger leek, werden enkele soorten gevonden, zoals:

Hoewel het tijdens de excursie regende, had het Lauwersmeer wat de paddenstoelen betreft toch onder de vrij droge omstandigheden geleden. Het aantal verse paddenstoelen bleek zeer gering te zijn, en de houtzwammen waren reeds tot onherkenbare mummies ingedroogd.

gewone wimperzwam(©Sjoerd Greydanus)
De gewone wimperzwam (Scutellinia scutellata) op een vermolmde stronk
(©Sjoerd Greydanus)

© Paddenstoelen Werkgroep Friesland